Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 mei 2016
Alinea 40 Gerechtshof Den Haag 24 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 mei 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1467.
8. Ongegrond is ook de klacht van [geintimeerde c.s.] dat de rechtbank onvoldoende heeft meegewogen dat de [X] met een naar [geintimeerde c.s.] stelt ‘buitensporig hoge snelheid’, ook wel: ‘topsnelheid’ op het rivierenkruispunt is afgekoerst. Daargelaten dat deze door [geintimeerde c.s.] gebezigde kwalificaties onnauwkeurig, respectievelijk feitelijk onjuist zijn, staat vast (i) dat - gegeven het ontbreken en uitblijven van een eenduidige, over en weer begrepen, veilige passeerafspraak - de [X] , gezien ook haar beperkte manoeuvreerbaarheid, met een te hoge snelheid heeft gevaren en deze te hoge snelheid onvoldoende heeft teruggebracht, maar ook (ii) dat de rechtbank hiermee in het nadeel van de [X] rekening heeft gehouden. In rov. 5.14 wijst de rechtbank er, terecht, op dat, bij het treffen van tijdige en doeltreffende maatregelen om het aanvaringsgevaar af te wenden, elk schip rekening diende te houden met de eigen mogelijkheden en beperkingen (dus ook met de stopweg). En wat de gemeten snelheden betreft heeft de rechtbank onder andere het volgende genoteerd. Ten tijde van het eerste marifooncontact om 16:42 uur, toen beide schepen zich nog in een nevenwater bevonden, had de [X] een snelheid van ca. 15,4 km/uur en de [Y] een snelheid van ca. 14,4 km/uur. Om 16:45:53 uur - toen aan boord van de snelheid van de [X] al wel een stop(machine)order was gegeven, doch deze (waarschijnlijk) nog niet was uitgevoerd - was de snelheid van de [X] opgelopen tot ca. 17,8 km/uur en van de [Y] tot ca 15 km/uur. Op de [X] is - afgaande op het expertiserapport van De Jongh en Van Thienen: eerst na de passeerafspraak - de machine feitelijk stopgezet, waarna in toenemende mate achteruit is geslagen, waardoor de snelheid verminderde, tot 10,7 km/uur vlak voor de aanvaring, terwijl de snelheid van de [Y] na de passeerafspraak wat toenam, tot ruim 17 km/uur. Door zonder deugdelijke, veilige passeerafspraak met vorenbedoelde snelheid het hoofdwater in te varen, deze snelheid niet snel en adequaat terug te brengen en ook overigens niet de voorzorgsmaatregelen te nemen die door goed zeemanschap en de omstandigheden waarin de [X] zich bevond geboden waren heeft de [X] in strijd gehandeld met onder andere art. 1.04 en 6.16 lid 1 BPR. Diezelfde voorschriften zijn door de [Y] geschonden; zij had bijvoorbeeld de marifoon beter moeten uitluisteren, dan wel zelf vroegtijdig de loods moeten oproepen voor het eerder maken van een eenduidige, over en weer goed begrepen, veilige passeerafspraak, waarbij het vrijvaren was gewaarborgd, bij gebreke waarvan zij haar snelheid had moeten minderen en in elk geval niet voor de [X] langs had moeten varen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87829d306e71e3874027f6a571a0ca623550d297491eee8ae9bd9d81b8979539. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87829d306e71e3874027f6a571a0ca623550d297491eee8ae9bd9d81b8979539, en de alinea staat in dat document op bytes 19644 tot 22326.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/87829d306e71e3874027f6a571a0ca623550d297491eee8ae9bd9d81b8979539 | shasum -a 256