Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 mei 2016

Alinea 60 Gerechtshof Den Haag 31 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 mei 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1539.

12. Het hof stelt voorts voorop dat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter om van de thans voorliggende vorderingen van [appellante] kennis te nemen, moet worden vastgesteld aan de hand van de Brussel I-Verordening die in het onderhavige geval van toepassing is. Dit is ook niet in geschil.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f03f5f4bf729c0eb1a6ff4a362daaa1fc10e4344834064d3b86cf040d7f5b14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f03f5f4bf729c0eb1a6ff4a362daaa1fc10e4344834064d3b86cf040d7f5b14, en de alinea staat in dat document op bytes 23166 tot 23486.