Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 juni 2016

Alinea 32 Gerechtshof Den Haag 14 juni 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 juni 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1623.

7. Ten overvloede overweegt het hof als volgt. Uit artikel 3:69, lid 1 BW volgt dat, wanneer iemand zonder daartoe bevoegd te zijn als gevolmachtigde in naam van een ander heeft gehandeld, die ander de rechtshandeling kan bekrachtigen. Uit het derde lid van dit artikel volgt evenwel dat een bekrachtiging geen gevolg heeft, indien op het tijdstip waarop zij geschiedt, de wederpartij reeds te kennen heeft gegeven dat zij de handeling wegens het ontbreken van een volmacht als ongeldig beschouwt, tenzij die wederpartij op het tijdstip dat zij handelde heeft begrepen of onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat geen toereikende volmacht was verleend. In de parlementaire toelichting is hierover onder meer het volgende opgemerkt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c43864343d00de3d1c80612b4ec2cf18986590c5b4ac8ff0388b02a12df1a5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c43864343d00de3d1c80612b4ec2cf18986590c5b4ac8ff0388b02a12df1a5b, en de alinea staat in dat document op bytes 10186 tot 10963.