Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 juni 2016
Alinea 59 Gerechtshof Den Haag 14 juni 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 juni 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1623.
Uit het bepaalde in artikel 6:96 lid 2, onder b BW volgt dat de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking komen. Artikel 6:96 BW biedt echter geen zelfstandige grondslag voor vergoeding van de gemaakte kosten, maar veronderstelt dat een wettelijke verplichting tot schadevergoeding bestaat. De VVE heeft weersproken dat een dergelijke verplichting bestaat. Het hof is van oordeel dat [appellanten] tegenover die betwisting niet voldoende hebben onderbouwd dat en waarom de VVE aansprakelijk is voor de schade die in het rapport van het Bureau voor Bouwpathologie is opgenomen. Het hof neemt daarbij in het bijzonder in aanmerking dat [appellanten] stellen dat zij (nog) geen inhoudelijk beroep doen op dat rapport. Zonder een dergelijk inhoudelijk beroep – en discussie daarover - is er geen grond voor aansprakelijkheid voor de in dat rapport genoemde kosten te vinden. Ook de vordering tot vergoeding van de kosten voor het inschakelen van het Bureau voor Bouwpathologie kan daarom niet worden toegewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c43864343d00de3d1c80612b4ec2cf18986590c5b4ac8ff0388b02a12df1a5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c43864343d00de3d1c80612b4ec2cf18986590c5b4ac8ff0388b02a12df1a5b, en de alinea staat in dat document op bytes 23303 tot 24380.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2c43864343d00de3d1c80612b4ec2cf18986590c5b4ac8ff0388b02a12df1a5b | shasum -a 256