Citaat | Gerechtshof Den Haag 13 mei 2016

Onder 6.3. Gerechtshof Den Haag 13 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 13 mei 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1629.

Het Hof volgt de stelling van belanghebbende niet. Met HR 29 mei 2009, nr. 08/00824, ECLI:NL:HR:2009:BI5100, dus nog vóór de intrekking per 16 juni 2010 van de Leidraad BPM 2006 en vóór de inwerkingtreding van het (oorspronkelijke) Kaderbesluit bpm, is komen vast te staan dat niet uitsluitend personenauto’s waarvoor nog geen kenteken is toegekend als nieuw in de zin van de Wet BPM worden aangemerkt en dat de omstandigheid dat de auto’s in een ander land (in dit geval Italië) zijn geregistreerd, niet in de weg staat dat de auto’s als nieuwe personenauto’s zijn aan te merken. De auto’s, zonder sporen van feitelijk gebruik en met kilometrages op de teller variërend van 6 tot 25, zijn het is tussen partijen niet in geschil en het Hof acht het ook aannemelijk voor het eerst werkelijk in gebruik genomen na levering aan de afnemers (kopers hier te lande). Met deze rechtspraak en deze feiten is naar de Inspecteur overigens onvoldoende weersproken heeft gesteld en het Hof aannemelijk acht , zo al van een (voor voortzetting in aanmerking komend) standpunt van de Staatssecretaris van Financiën of van te voeren beleid van de Belastingdienst omtrent het begrip 'gebruikt' kan worden gesproken, naar vast gebruik en werkwijze van de zijde van de Belastingdienst de door belanghebbende gegeven uitleg als in strijd met het recht niet meer toegepast noch toepasbaar geacht en zelfs in voorkomend geval als gewijzigde opvatting naar buiten gebracht en ook (in rechte) bestreden door de Belastingdienst. Het uitdrukkelijk niet opnemen in een later besluit van de door belanghebbende ingeroepen tekst uit de inmiddels ingetrokken Leidraad BPM 2006 omtrent het 'gebruikt' zijn, heeft het Hof acht dit eveneens aannemelijk zijn oorzaak dus gevonden in en moet worden verklaard met deze rechtspraak, ook tegen de achtergrond van (het latere) HR 29 januari 2016, nr. 14/01502, ECLI:NL:HR:2016:119, en het daaruit voortgevloeide wijzigen van het beleid alsmede van het naar die wijzigingen handelen en optreden in gelijke of vergelijkbare kwesties door de Belastingdienst. In een dergelijke situatie, omdat moet worden geconcludeerd dat met de anders luidende jurisprudentie een voorheen door de Belastingdienst, althans naar het oordeel van de Hoge Raad, omarmde uitleg en toepassing van het begrip 'gebruikt' is beëindigd, is het niet meer dan logisch aan te nemen dat een met de jurisprudentie van de Hoge Raad strijdige passage is of moet worden geacht te zijn vervallen, zeker nu deze in een volgend besluit niet is opgenomen en komt reeds daarom een beroep op gewekt vertrouwen niet voor honorering in rechte in aanmerking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8d60cf170d0f4f05c7ccb68ddcca033769f1ea3b3423fbc7b3629513dfe0910. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8d60cf170d0f4f05c7ccb68ddcca033769f1ea3b3423fbc7b3629513dfe0910, en de alinea staat in dat document op bytes 31922 tot 34581.