Citaat | Gerechtshof Den Haag 22 juni 2016

Onder 8.1. Gerechtshof Den Haag 22 juni 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 22 juni 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1840.

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat er niet alleen in de brief van de heffingsambtenaar van 29 september 2014 maar ook in de brieven van B&W van 18 juni 2014 en 1 juli 2014 (zie onder 4.2 en 4.4) sprake is van het heffen van leges en dat er dus dubbel is geheven. Het Hof volgt belanghebbende niet in dit standpunt. Op grond van artikel 6 van de Verordening worden leges geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Uit het bepaalde in artikel 231, eerste lid, aanhef en onderdeel b van de Gemeentewet volgt dat uitsluitend de heffingsambtenaar (“de gemeenteambtenaar belast met de heffingen van gemeentelijke belastingen”) tot het heffen van leges bevoegd is. Het een en ander laat geen andere conclusie toe dan dat uitsluitend de door de heffingsambtenaar verzonden brief met dagtekening 29 september 2014 als schriftelijke kennisgeving van het de gevorderde leges kan worden aangemerkt. De brieven van 18 juni 2014 en 1 juli 2014 zijn enkel bedoeld om belanghebbende te informeren over de hoogte van de leges die zij bij het in behandeling nemen van haar verzoek verschuldigd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a1e21058cfee9a63635c97d867adbdc61a8388b58dcbd35021d34b40be83be3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a1e21058cfee9a63635c97d867adbdc61a8388b58dcbd35021d34b40be83be3, en de alinea staat in dat document op bytes 33504 tot 34665.