Citaat | Gerechtshof Den Haag 22 juni 2016
Onder 8.6. Gerechtshof Den Haag 22 juni 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 22 juni 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1840.
In artikel 8:75, eerste lid, derde volzin, van de Awb is bepaald dat een natuurlijk persoon slechts in de proceskosten veroordeeld kan worden in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht is sprake als op grond van bijzondere omstandigheden kan worden vastgesteld dat ten tijde van het instellen van beroep voor de belanghebbende evident was dat van het beroep geen positief resultaat was te verwachten (vergelijk onder meer ABRvS 20 juli 2011, nr. 201011422/1/H1, ECLI:NL:RVS:2011:BR2299). Het Hof ziet geen aanleiding voor het oordeel dat dit in deze procedure voor belanghebbende bij voorbaat duidelijk was. Belanghebbende had het recht haar grieven tegen het gevorderde legesbedrag aan rechter voor te leggen. Dat het financiële belang gering is, doet aan dit recht niet af. Bovendien kan niet gezegd worden dat de grieven van belanghebbende van elke redelijk grond waren ontbloot. Voor een veroordeling in de proceskosten van de heffingsambtenaar ten laste van belanghebbende bestaat dan ook geen aanleiding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a1e21058cfee9a63635c97d867adbdc61a8388b58dcbd35021d34b40be83be3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a1e21058cfee9a63635c97d867adbdc61a8388b58dcbd35021d34b40be83be3, en de alinea staat in dat document op bytes 39715 tot 40805.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a1e21058cfee9a63635c97d867adbdc61a8388b58dcbd35021d34b40be83be3 | shasum -a 256