Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 mei 2016

Onder 7.5.1 Gerechtshof Den Haag 24 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 mei 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1853.

[appellant] heeft als getuige verklaard dat hij in de nacht van 26/27 januari 1998 om half twee een opdracht heeft gegeven tot tegensluiting van de lopende gekochte dollar/marken putoptie van US$ 10 miljoen, maar dat in de ogen van [S] geen tegenpartij te vinden was die een behoorlijke koers kon afgeven op het gewenste niveau. [appellant] heeft voorts verklaard dat hij vervolgens, om zijn winst te secureren, de opdracht heeft gegeven om uit de markt contant US$ 10 miljoen te kopen, maar dat [S] die opdracht niet wilde uitvoeren. [appellant] verklaart ook nog dat hij de opdracht tot tegensluiting op 4 februari 1998 nogmaals heeft aangekaart. [S] heeft als getuige verklaard dat hij zich de opdracht van 26/27 januari 1998 niet exact kan herinneren, maar dat hij denkt dat het juist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98ea95d584b3a937db1fc34710bb379f193b7f77c51791e3e3670074622da488. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98ea95d584b3a937db1fc34710bb379f193b7f77c51791e3e3670074622da488, en de alinea staat in dat document op bytes 34000 tot 34820.