Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 mei 2016

Onder 7.5.1 Gerechtshof Den Haag 24 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 mei 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1853.

Het hof acht de verklaring van [S] te vaag en is van oordeel dat deze samen met de verklaring van [appellant] als partijgetuige onvoldoende bewijs oplevert. Hierbij is in aanmerking genomen dat door de Bank onbestreden is gesteld dat bij [S] sprake was van belangenverstrengeling wegens het aannemen van aanzienlijke geschenken van [appellant] (een auto en contant geld) en dat [S] op grond daarvan door de Bank op staande voet is ontslagen. Een en ander rechtvaardigt twijfel aan de onafhankelijkheid van [S] als getuige.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98ea95d584b3a937db1fc34710bb379f193b7f77c51791e3e3670074622da488. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98ea95d584b3a937db1fc34710bb379f193b7f77c51791e3e3670074622da488, en de alinea staat in dat document op bytes 34832 tot 35368.