Citaat | Gerechtshof Den Haag 5 juli 2016

Onder 2.6 Gerechtshof Den Haag 5 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 5 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1950.

Ook dit betoog gaat niet op. De normen waaraan de huurprijzen van woonruimte moeten voldoen zijn neergelegd in bindende regelgeving (de Bhw en de Urhw). De rechter, die geroepen is te oordelen over de hoogte c.q. de redelijkheid van de huurprijzen, moet daarbij, mede gezien art. 11 Wet algemene bepalingen, die normen toepassen, ook al is dit laatste niet met zoveel woorden in de wet bepaald. Het enkele feit dat ten aanzien van de huurcommissie met zoveel woorden is bepaald dat deze aan de bedoelde normen gebonden is en dat dit niet ten aanzien van de rechter is gebeurd, rechtvaardigt niet de conclusie dat dit voor de rechter anders ligt. Ook overigens volgt uit het systeem van de wettelijke regeling dat de rechter aan de desbetreffende normen gebonden is. Het spreekt immers voor zich dat de rechter, indien deze op de voet van art. 7:262 BW wordt geroepen te oordelen over het oordeel van de huurcommissie, die toetsing dient te verrichten aan de hand van dezelfde normen die de huurcommissie heeft toegepast. Hierop wijst ook de wetsgeschiedenis van het in 1979 ingevoerde Huurprijzenwet woonruimte (Tweede Kamer 1976-1977, 14 175, nrs. 3-4 p. 9):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41544cd97f2cce984df0e9a055b34b1c6d789f93c1bad4691070c45fc1d528a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41544cd97f2cce984df0e9a055b34b1c6d789f93c1bad4691070c45fc1d528a3, en de alinea staat in dat document op bytes 21339 tot 22511.