Citaat | Gerechtshof Den Haag 5 juli 2016
Onder 4.12 Gerechtshof Den Haag 5 juli 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 5 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1950.
[appellanten] leggen in hun stellingen sterk de nadruk op bepaalde onderdelen van de huur(prijs)regulering die naar hun mening in het nadeel van particuliere verhuurders werken, zoals de problematiek van de ‘huurveteranen’. Voordat het hof op deze aspecten ingaat moet worden opgemerkt dat de omstandigheid dat een bepaalde aspect van het wettelijke systeem, zoals fiscale heffingen of vormen van huur(prijs)bescherming, in het nadeel van de verhuurders is, nog niet meebrengt dat met dit systeem als geheel geen fair balance is bereikt. Het gaat er immers niet om of bepaalde onderdelen van dit systeem, geïsoleerd bezien, een fair balance tot stand brengen, het gaat er om of het systeem als zodanig daarin is geslaagd. [appellanten] hebben met name op geen enkele manier onderbouwd of aannemelijk gemaakt dat het wettelijke systeem als zodanig tot gevolg heeft dat particuliere verhuurders in de sociale sector als regel of in de meerderheid van de gevallen al dan niet structureel verlies lijden, geen decent profit of minimal profit ontvangen, dan wel in een situatie verkeren dat gesproken moet worden van een individual and excessive burden . De enkele stelling dat het Nederlandse stelsel voor particuliere verhuurders desastreus uitpakt en dat hun marktaandeel is gezakt van 60% in 1947 naar minder dan 10% in 2010, is hiertoe onvoldoende. Die daling kan immers ook andere oorzaken hebben. De Staat heeft er in dit verband onweersproken op gewezen dat particuliere verhuurders bij het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst niet steeds de huurprijs verhogen en dat zij, indien zij dat wel doen, niet in alle gevallen de maximale huurprijs vragen. Ook wijst de Staat er op dat de jaarlijkse maximale huurprijsverhoging lang niet altijd volledig wordt benut. Ook [appellanten] hebben dat niet steeds gedaan. Deze gegevens wijzen er niet op dat de particuliere verhuurders in de sociale sector structureel verlies lijden. Ten slotte moet in aanmerking worden genomen dat [appellanten] kennelijk niet aanvoeren dat inherent aan het systeem van huurprijsregulering is dat geen redelijke winst kan worden gemaakt, omdat de maximale huurprijs in alle gevallen, bijvoorbeeld ook bij het afsluiten van een nieuwe huurovereenkomst, onvoldoende is om een rendabele exploitatie te verzekeren. Het hof begrijpt hun stellingen veeleer zo, dat zij bezwaar hebben tegen de omstandigheid dat voor lopende huurovereenkomsten, die in de praktijk moeilijk kunnen worden beëindigd, na verloop van tijd de huurprijs achterblijft bij wat bij een nieuwe huurovereenkomst zou kunnen worden gevraagd, omdat de huurprijs van een lopende huurovereenkomst maar beperkt verhoogd mag worden (zie ook hierna over de problematiek van de ‘huurveteranen’). Dit betekent dat het in wezen om een tijdelijk probleem gaat, dat zich weer kan oplossen indien een nieuwe huurovereenkomst wordt aangegaan. Het feit dat de exploitatie over een bepaalde periode niet of onvoldoende rendabel is zegt dus nog niets over de vraag of dat ook het geval is indien de totale periode waarin de eigenaar de woning verhuurt in de beoordeling wordt betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41544cd97f2cce984df0e9a055b34b1c6d789f93c1bad4691070c45fc1d528a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41544cd97f2cce984df0e9a055b34b1c6d789f93c1bad4691070c45fc1d528a3, en de alinea staat in dat document op bytes 47607 tot 50927.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41544cd97f2cce984df0e9a055b34b1c6d789f93c1bad4691070c45fc1d528a3 | shasum -a 256