Citaat | Gerechtshof Den Haag 5 juli 2016

Onder 4.18 Gerechtshof Den Haag 5 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 5 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1950.

Het hof merkt ten aanzien van de fictieve rendementsheffing nog het volgende op. Het gaat hier om een algemene fiscale maatregel, ingevoerd bij de Wet inkomstenbelasting 2001, die niet specifiek op verhuurders van woonruimte betrekking heeft. Deze fictieve rendementsheffing, die door de wetgever als een belasting op inkomsten wordt beschouwd, houdt in dat belasting wordt geheven over inkomsten uit beleggingen, waarbij het rendement van die beleggingen forfaitair op 4% wordt gesteld. Vóór 2001 werd inkomstenbelasting (progressief) geheven over de werkelijke inkomsten uit vermogen. De fictieve rendementsheffing is dus in zoverre niet geheel nieuw, dat daarvoor ook al een - anders vormgegeven - belasting op rendement uit vermogen bestond. Tegen deze achtergrond hadden [appellanten] hun stelling dat de nieuwe heffing ‘nieuwe lasten’ meebrengen nader moeten toelichten, maar een dergelijke toelichting ontbreekt. Ook voeren [appellanten] niet aan dat particuliere verhuurders in de sociale sector niet als regel en gemeten over de gehele periode van verhuur, een rendement van 4% of meer realiseren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41544cd97f2cce984df0e9a055b34b1c6d789f93c1bad4691070c45fc1d528a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41544cd97f2cce984df0e9a055b34b1c6d789f93c1bad4691070c45fc1d528a3, en de alinea staat in dat document op bytes 58055 tot 59180.