Citaat | Gerechtshof Den Haag 11 juli 2016
Onder 2.12 Gerechtshof Den Haag 11 juli 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 11 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1971.
[verweerder] stelt, ter verklaring van zijn gedrag, dat hij zijn broer en schoonzuster wilde helpen omdat zij niet goed begrepen wat er met de patiënt aan de hand was. [verweerder] betoogt dat hij meende bevoegd te zijn tot inzage omdat zijn schoonzuster als zaakwaarnemer voor haar broer was aangesteld door dr. [naam] , de arts/aios Interne Geneeskunde. Naar het oordeel van het hof heeft [verweerder] echter onvoldoende gemotiveerd betwist het verweer van het Maasstad Ziekenhuis dat de schriftelijke machtiging van de schoonzus slechts betrekking had op het regelen van een aantal praktische zaken ten behoeve van de patiënt en niet op medische aangelegenheden, laat staan op het recht om het EPD van de patiënt in te laten zien. Het hof acht het overigens niet relevant of [verweerder] het EPD van de patiënt heeft ingezien met medeweten en instemming van de familie en de patiënt en evenmin met welke motief [verweerder] heeft gehandeld. Ook als de stellingen van [verweerder] juist zouden zijn, heeft hij ernstig verwijtbaar gehandeld. Hij had moeten begrijpen dat hij niet buiten de behandelend arts om behoorde te handelen. Het bewijsaanbod van [verweerder] (tot het horen van zijn broer en schoonzuster als getuige) wordt daarom gepasseerd als niet terzake doende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11d60bb8b537b8f766ce80605db29a50782229daa04c0d783cf3c029b3522546. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11d60bb8b537b8f766ce80605db29a50782229daa04c0d783cf3c029b3522546, en de alinea staat in dat document op bytes 21131 tot 22435.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/11d60bb8b537b8f766ce80605db29a50782229daa04c0d783cf3c029b3522546 | shasum -a 256