Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 juli 2016

Onder 7.2.2 Gerechtshof Den Haag 7 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1978.

Bij de feitelijke handeling zoals onder A is ten laste gelegd kan naar de mening van de verdediging niet worden gesproken van opzet op het laten plegen van strafbare feiten door een derde, nu de opzet van de verdachte er evident op is gericht zijn eigen beslissingen van argumenten te voorzien. Er is geen opzet op opruiing en daarnaast heeft de verdachte niet beoogd ruchtbaarheid te geven aan de inhoud van deze berichten nu de berichten slechts naar één persoon zijn gestuurd. In de terminologie ‘verspreiden’ zicht het vereiste van toezending aan meer dan één ontvanger ingebakken. In de visie van de verdediging heeft de rechtbank de verdachte aldus terecht vrijgesproken op onderdeel A, evenals op de onderdelen C, E(2) en F.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21c67b8f0494eccb4a2b1c3a01d60111eab530cc0a14266540f929dc1a6e3db5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21c67b8f0494eccb4a2b1c3a01d60111eab530cc0a14266540f929dc1a6e3db5, en de alinea staat in dat document op bytes 41080 tot 41833.