Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 juli 2016
Onder 9.3 Gerechtshof Den Haag 7 juli 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1978.
Voor degene die training volgt moet de opzet zijn gericht op het gebruik van kennis en vaardigheden tot het plegen van een terroristisch misdrijf of van een misdrijf waarmee het plegen van een terroristisch misdrijf wordt vergemakkelijkt. Aantoonbaar moet zijn en bewezen moet worden welk misdrijf de verdachte voor ogen stond waarvoor hij kennis en vaardigheden heeft verworven. Voorts moet het daarbij gaan om een van de misdrijven zoals die limitatief zijn omschreven in de artikelen 83 en 83b Sr. Voor de kwalificatie van het misdrijf van art. 134a Sr is niet vereist dat bewezen wordt dat de bedoeling tot het plegen van een terroristisch misdrijf bestond. Wel dienen de contouren van het voor te bereiden misdrijf zichtbaar te zijn, gelijk als in art. 46 Sr.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21c67b8f0494eccb4a2b1c3a01d60111eab530cc0a14266540f929dc1a6e3db5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21c67b8f0494eccb4a2b1c3a01d60111eab530cc0a14266540f929dc1a6e3db5, en de alinea staat in dat document op bytes 78307 tot 79148.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/21c67b8f0494eccb4a2b1c3a01d60111eab530cc0a14266540f929dc1a6e3db5 | shasum -a 256