Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 juli 2016
Onder 7.1.1. Gerechtshof Den Haag 7 juli 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1978.
Ten aanzien van het onder 1 primair tweede cumulatief ten laste gelegde heeft het openbaar ministerie betoogd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte voorbereidingshandelingen ex artikel 96 lid 2 heeft gepleegd. Alle ten laste gelegde feitelijke handelingen (A tot en met H) kunnen worden bewezen. Deze uitvoeringshandelingen, in onderling verband bezien, leiden tot de conclusie dat de verdachte het oogmerk heeft gehad om moord en/of doodslag voor te bereiden of te bevorderen. Het is voorts een feit van algemene bekendheid dat de in Syrië vechtende Jihadistische strijdgroepen zich op grote schaal schuldig maken aan grove mensenrechtenschendingen met mede als doel de bevolking van die gebieden als ook de bevolking van westerse landen vrees aan te jagen. Dit is voor de verdachte volstrekt duidelijk geweest. Door zich aan te sluiten bij de Jihadistische strijdgroepen en daadwerkelijk deel te nemen aan de gewapende strijd heeft hij zich schuldig gemaakt aan voorbereiding van het plegen van moord en doodslag met een terroristisch oogmerk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21c67b8f0494eccb4a2b1c3a01d60111eab530cc0a14266540f929dc1a6e3db5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21c67b8f0494eccb4a2b1c3a01d60111eab530cc0a14266540f929dc1a6e3db5, en de alinea staat in dat document op bytes 31907 tot 32990.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/21c67b8f0494eccb4a2b1c3a01d60111eab530cc0a14266540f929dc1a6e3db5 | shasum -a 256