Citaat | Gerechtshof Den Haag 22 januari 2016

Onder 6.1. Gerechtshof Den Haag 22 januari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 22 januari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1993.

Het Hof, in aanmerking nemende de in dezen vaststaande feiten en omstandigheden - belanghebbende betwist deze in hoger beroep onvoldoende, temeer nu in wezen enkel de conclusie van de rechtbank omtrent de hierna genoemde aftrekcorrectie wordt bestreden -, onderschrijft de (kern van de) aangevochten beslissing van de rechtbank, inhoudende dat belanghebbende als betrokken bij, dan wel deelnemer aan omzetbelastingfraude geen recht kan doen gelden op de litigieuze aftrek van voorbelasting, aangezien in rechte is komen vast te staan dat zij heeft geweten dat de transacties ter zake waarvan door de Inspecteur de thans nog in geding zijnde omzetbelasting is nageheven onderdeel zijn van een door [F] als haar directeur en [G] als haar leverancier frauduleus opgezette keten met als doel verschuldigde omzetbelasting die opzettelijk niet op aangifte is of zal worden voldaan in weerwil daarvan in aftrek te brengen en aldus met gebruikmaking van de heffingssystematiek een met (Unierechtelijke) omzetbelastingregels strijdig voordeel te behalen. Het Hof acht de onderbouwing van deze beslissing door de rechtbank voldoende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7aaa5c63d2d307ae10f7552d51704ab23b4ce05484f9b379c5463f59a65a2065. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7aaa5c63d2d307ae10f7552d51704ab23b4ce05484f9b379c5463f59a65a2065, en de alinea staat in dat document op bytes 24991 tot 26128.