Citaat | Gerechtshof Den Haag 10 mei 2016
Alinea 36 Gerechtshof Den Haag 10 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 10 mei 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2075.
Gelet op het vorenstaande stelt het hof vast dat er bij de verdachte geen sprake is (geweest) van een ondubbelzinnige en ongeclausuleerde bereidheid tot naleving van de voorwaarden. Daarmee kan de vraag worden gesteld of is voldaan aan het vereiste zoals gesteld in het vijfde lid van artikel 38 van het Wetboek van Strafrecht. Dit gegeven zou aanleiding kunnen vormen voor het ambtshalve inhoudelijk behandelen van de zaak in hoger beroep, teneinde op dit punt meer duidelijkheid te verkrijgen. Echter, de verdachte, die als enige op dit punt meer duidelijkheid kan verschaffen, is onvindbaar en reageert niet op dagvaardingen en oproepingen om ter terechtzitting in hoger beroep te verschijnen. Gelet hierop, en ook overigens (waarbij het hof in ogenschouw heeft genomen het verzoek van de benadeelde partij om de zaak in hoger beroep inhoudelijk te behandelen gelet op de beslissing omtrent de vordering van de benadeelde partij in eerste aanleg), ziet het hof onvoldoende redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5806fb83c258dd7ac8cb87d3f3a2b14e938991f6224c48ba8c9ebd5cfe9bf359. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5806fb83c258dd7ac8cb87d3f3a2b14e938991f6224c48ba8c9ebd5cfe9bf359, en de alinea staat in dat document op bytes 18393 tot 19619.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5806fb83c258dd7ac8cb87d3f3a2b14e938991f6224c48ba8c9ebd5cfe9bf359 | shasum -a 256