Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 mei 2016
Onder 7.24 Gerechtshof Den Haag 31 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 mei 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2110.
Voor de beantwoording van de vraag of de redelijke termijn is overschreden geldt als uitgangspunt dat, behoudens bijzondere omstandigheden, de berechting van een zaak in de bezwaar- en beroepsfase niet binnen een redelijke termijn geschiedt indien de rechtbank niet binnen twee jaar nadat die termijn is aangevangen, uitspraak doet. Die termijn vangt op grond van de arresten van de Hoge Raad van 10 juni 2011 in beginsel aan op het moment dat de Inspecteur het bezwaarschrift ontvangt. Voor de berechting van een zaak door het hof geldt, behoudens bijzondere omstandigheden, als uitgangspunt dat deze niet binnen een redelijke termijn geschiedt indien het niet binnen twee jaar nadat het rechtsmiddel is ingesteld uitspraak doet (HR 10 juni 2011, nr. 09/05113, ECLI:NL:HR:BO5087, BNB 2011/234 en HR 22 april 2005, nr. 37.984, LJN AO9006, BNB 2005/337).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72fffbdfdbb3c62560622d10eeab35a4605c17cac1c96a2f07ae5bc2ce44b05d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72fffbdfdbb3c62560622d10eeab35a4605c17cac1c96a2f07ae5bc2ce44b05d, en de alinea staat in dat document op bytes 46275 tot 47142.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72fffbdfdbb3c62560622d10eeab35a4605c17cac1c96a2f07ae5bc2ce44b05d | shasum -a 256