Citaat | Gerechtshof Den Haag 19 juli 2016

Onder 2.16 Gerechtshof Den Haag 19 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 19 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2143.

11. De Stichting stelt dat de bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 3:44 BW in dit geval is gelegen in de geestestoestand van [erflater] . Volgens de Stichting was [erflater] niet meer in staat om zelf zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, hetgeen voor [geïntimeerde 1] c.s. kenbaar was. Deze stelling is er met name op gebaseerd dat [erflater] volgens de Stichting vergeetachtig was en dat [geïntimeerde 1] c.s. dit wisten. Daarnaast heeft de Stichting erop gewezen dat [erflater] niet meer in staat was om zijn administratie en woning op orde te houden. Het voorgaande heeft zij onder meer onderbouwd door middel van de schriftelijke verklaringen van [persoon 1] en [persoon 2]. Ook het gegeven dat [geïntimeerde 1] c.s. wisten dat [erflater] op korte termijn naar een verzorgingshuis zou gaan is in dit verband relevant, aldus de Stichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d45a2ecbb935b7c5771f332a72fd4e518af1cb0d17e9d184b46cd8047d2d5f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d45a2ecbb935b7c5771f332a72fd4e518af1cb0d17e9d184b46cd8047d2d5f0, en de alinea staat in dat document op bytes 17761 tot 18656.