Citaat | Gerechtshof Den Haag 19 juli 2016

Onder 4.13. Gerechtshof Den Haag 19 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 19 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2225.

Het vereiste van het bestaan van een rechtsbetrekking brengt mee dat degene die inzage of afschrift vordert zodanige feiten en omstandigheden moet stellen en met reeds voorhanden bewijsmateriaal moet onderbouwen dat de rechtsbetrekking voldoende aannemelijk is. Dat brengt mee dat uit de door de eiser gestelde (en zo mogelijk met bewijsmateriaal gestaafde) feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van het bestaan van de rechtsbetrekking moet kunnen worden afgeleid (zie HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3304, AIB/Novisem ).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09f11c8371d1fb077aa567fd63e21d3b1d8f11d4a7d314173385889ecce9efc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09f11c8371d1fb077aa567fd63e21d3b1d8f11d4a7d314173385889ecce9efc0, en de alinea staat in dat document op bytes 52558 tot 53142.