Citaat | Gerechtshof Den Haag 26 juli 2016

Onder 8.6. Gerechtshof Den Haag 26 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 26 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2281.

Met betrekking tot de derde voorwaarde die in artikel 3, tweede lid van het Bpb wordt gesteld, geldt dat sprake moet zijn van werkzaamheden van de rechtsbijstandverlener die in de in geschil zijnde zaken nagenoeg identiek konden zijn. De verschillen tussen de onderhavige zaak en de zaken met de kenmerken 15/00649 tot en met 15/00655 tot en met 15/00659 zijn dusdanig zijn dat niet gezegd kan worden dat “dezelfde rechtsbijstandverlener nagenoeg identieke werkzaamheden kon verrichten in iedere zaak”, aangezien de onroerende zaken verschillen qua aard, ligging en objectkenmerken. De beroepen in ieder van die zaken zijn elk afgestemd op de bijzonderheden van de onderscheiden onroerende zaken en vertonen onvoldoende inhoudelijke gelijkenis, zodat niet kan worden geoordeeld dat de proceshandelingen een (groot) uniform karakter hebben. De enkele omstandigheid dat de argumentatie in alle zaken onder meer is gebaseerd op funderingsproblematiek is onvoldoende om te spreken van (nagenoeg) identieke werkzaamheden. Daarbij komt dat in de zaken 15/00650 tot en met 15/00655 onder meer de vraag aan de orde was of de objectafbakening juist was verricht, hetgeen in de onderhavige zaak niet speelt. Er is derhalve geen sprake van samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van het Bpb. In zoverre faalt het betoog van de Heffingsambtenaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd06098e4a2a653dd515386810ffb5a3f91441cfd8480e63c0c2adfaad520276. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd06098e4a2a653dd515386810ffb5a3f91441cfd8480e63c0c2adfaad520276, en de alinea staat in dat document op bytes 39901 tot 41258.