Citaat | Gerechtshof Den Haag 26 juli 2016
Onder 8.7. Gerechtshof Den Haag 26 juli 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 26 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2281.
Voor zover de Heffingsambtenaar betoogt dat voormelde zaken voor zover het betreft de behandeling ter zitting moeten worden aangemerkt als samenhangende zaken in de zin van artikel 3, tweede lid, van het Bpb omdat sprake is van achtereenvolgende behandeling ter zitting, faalt dat betoog eveneens reeds omdat artikel 3, tweede lid, van het Bpb hier niet in voorziet. De achtereenvolgende behandeling van de zaken ter zitting vormt geen bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 2, derde lid van het Bpb die noopt tot afwijking van de forfaitaire regeling. De forfaitaire regeling leidt in het onderhavige geval niet tot een vergoeding die onevenredig hoog is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd06098e4a2a653dd515386810ffb5a3f91441cfd8480e63c0c2adfaad520276. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd06098e4a2a653dd515386810ffb5a3f91441cfd8480e63c0c2adfaad520276, en de alinea staat in dat document op bytes 41338 tot 42017.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd06098e4a2a653dd515386810ffb5a3f91441cfd8480e63c0c2adfaad520276 | shasum -a 256