Citaat | Gerechtshof Den Haag 26 juli 2016

Alinea 49 Gerechtshof Den Haag 26 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 26 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2281.

Op [de Heffingsambtenaar] rust de plicht aannemelijk te maken dat de waarde niet hoger is dan de prijs die bij aanbieding ten verkoop op de voor de betreffende onroerende zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meest biedende gegadigde zou zijn betaald. In beginsel moet [de Heffingsambtenaar] dit aannemelijk maken aan de hand van verkoopprijzen van de best vergelijkbare objecten, waarvan de verkoopprijzen zijn gerealiseerd zo dicht mogelijk rond de waardepeildatum (1 januari 2012). [De Heffingsambtenaar] heeft met het taxatierapport van [C] 16 december 2014 voldaan aan de op hem rustende bewijslast. Uit dit rapport volgt dat voor de bepaling van de waarde van de onroerende zaak gebruik is gemaakt van de methode van huurwaardekapitalisatie. De huur- en verkooptransacties die de taxateur ter onderbouwing heeft gebruikt zijn in dezelfde straat gelegen. [Belanghebbende] stelt zich op het standpunt dat [de Heffingsambtenaar]:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd06098e4a2a653dd515386810ffb5a3f91441cfd8480e63c0c2adfaad520276. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd06098e4a2a653dd515386810ffb5a3f91441cfd8480e63c0c2adfaad520276, en de alinea staat in dat document op bytes 13703 tot 14671.