Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016
Onder 2.7 Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:231.
5. In dit geval is daarbij het volgende van belang. De wijziging in de pensioenregeling waar het om ging, was een ingrijpende, nu deze de overgang behelsde van een gegarandeerde vaste pensioenuitkering naar een pensioenuitkering waarvan de hoogte afhing van diverse onzekere factoren zoals behaald beleggingsresultaat, langlevenrisico en rekenrente per de datum van pensionering. Het hof is evenwel van oordeel dat [V] c.s. het onderscheid tussen de beide regelingen moet hebben begrepen. [V] , [R] en [C] hebben de opleiding SPD doorlopen en een praktijkdiploma boekhouden en een MBA diploma behaald (proces-verbaal comparitie in eerste aanleg). Zij waren ten tijde van de overstap naar de Pensioenregeling 1999 ervaren assistent-accountants, die weliswaar geen specifieke pensioenkennis hadden, maar wel uit hoofde van hun functie te maken hadden gehad met pensioengerelateerde kwesties, bijvoorbeeld de pensioenopbouw van een directeur-grootaandeelhouder. Zij hielden zich in dat verband bezig met het berekenen van het doelvermogen en gebruikten daartoe een softwareprogramma. Daarin kwamen ook begrippen voor als sterftetabellen en rekenrente. Het hof acht de stelling van [V] c.s. dat het daarbij slechts ging om een invuloefening en dat zij geen idee hadden waar zij mee bezig waren, onvoldoende onderbouwd. Verder hadden [V] , [R] en [C] uit hoofde van hun functie ook bij andere werkzaamheden te maken met berekeningen van contante waarde en met het begrip rekenrente. Het hof wijst ter illustratie op het door [V] opgestelde memorandum (productie 5 bij antwoordakte na comparitie), de door [V] opgestelde brief (productie 7 bij antwoordakte na comparitie), de aan [C] gerichte brief van een financieel adviseur d.d. 6 januari 1998 over de aanpassing van een pensioenregeling van door [C] geadviseerde cliënten (productie 10 bij antwoordakte na comparitie) en de mails uit 2002 tussen [R] en [L] over de pensioenverzekering van een cliënt. [H] mocht er daarom vanuit gaan dat [V] c.s. voldoende bekend was met het langlevenrisico en het risico van daling van de rekenrente om de nieuwe pensioenregeling op haar merites te kunnen schatten, eventueel na over deze risico’s desgewenst nadere vragen te hebben gesteld aan [H] of [X] of aan een derde. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat uit de schriftelijke informatie die [V] c.s. heeft ontvangen (voorbeeldberekeningen, offertes) voor [V] c.s. gelet op hun achtergrond, kennis en ervaring, voldoende duidelijk moet zijn geweest dat de omvang van het kapitaal op de pensioendatum afhankelijk zou zijn van het behaalde rendement en dat het pensioen dat met dat kapitaal zou kunnen worden aangekocht afhankelijk zou zijn van de op de pensioendatum geldende tarieven van verzekeraars, die op hun beurt weer afhankelijk waren van de rentestand en de gemiddelde levensverwachting op dat moment.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e882f8c2c0b16930faa34b42a33107d125a6b5672b0fdf944ef33cdbf559e3f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e882f8c2c0b16930faa34b42a33107d125a6b5672b0fdf944ef33cdbf559e3f9, en de alinea staat in dat document op bytes 16888 tot 19754.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e882f8c2c0b16930faa34b42a33107d125a6b5672b0fdf944ef33cdbf559e3f9 | shasum -a 256