Citaat | Gerechtshof Den Haag 5 juli 2016
Alinea 22 Gerechtshof Den Haag 5 juli 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 5 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2373.
De wrakingsgronden waarop [verzoekster] zich beroept houden kort samengevat in dat genoemde voortgangsbeslissingen ten onrechte zijn genomen omdat genoemde wrakingsbeslissing van 15 april 2016 nietig is en het hof Amsterdam pas een rolbeslissing kan nemen als geoordeeld is over de nietigheid van deze wrakingsbeslissing, hetgeen nog niet is gebeurd. De rolbeslissingen, zo stelt [verzoekster], zijn immers afhankelijk van de uitkomst van de (nietigheids)procedure bij het hof Den Haag. Deze voortgangsbeslissingen geven daarom aanleiding om te vrezen dat rolraadsheer mr. Hoekzema (en eventuele andere betrokken (rol)raadsheren) niet onpartijdig zijn/vooringenomenheid koesteren, althans dat de bij [verzoekster] dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7daf5e87a969e2121b0a64efe79843600eb1ae25d3499a37f42da5738e504667. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7daf5e87a969e2121b0a64efe79843600eb1ae25d3499a37f42da5738e504667, en de alinea staat in dat document op bytes 8051 tot 8838.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7daf5e87a969e2121b0a64efe79843600eb1ae25d3499a37f42da5738e504667 | shasum -a 256