Citaat | Gerechtshof Den Haag 5 juli 2016

Alinea 37 Gerechtshof Den Haag 5 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 5 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2373.

10. De omstandigheid dat mr. Hoekzema als rolraadsheer, na de afwijzende beslissing van de wrakingskamer van het hof Den Haag van 15 april 2016, bij beslissing van 10 mei 2016 voortgang in de hoofdzaak bepaalt, en die beslissing vervolgens op 18 en 20 mei 2016 bevestigt, levert geen grond op voor wraking. Niet valt in te zien dat zich door deze beslissing een zodanig uitzonderlijke omstandigheid voordoet dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rolraadsheer jegens [verzoekster] een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij [verzoekster] dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. De discussie omtrent de status van de wrakingsbeslissing van 15 april 2016 maakt dit niet anders. Dit geldt des te sterker, nu de wrakingskamer van het hof Den Haag zijn eerdere beslissing ex artikel 31 Rv op 20 mei 2016 heeft verbeterd en in redelijkheid geen twijfel (meer) kan bestaan omtrent de geldigheid van de wrakingsbeslissing van 15 april 2016.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7daf5e87a969e2121b0a64efe79843600eb1ae25d3499a37f42da5738e504667. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7daf5e87a969e2121b0a64efe79843600eb1ae25d3499a37f42da5738e504667, en de alinea staat in dat document op bytes 11966 tot 12983.