Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016
Onder 1.10. Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2417.
8. Bij beoordeling van de grieven stelt het hof voorop dat de stelplicht en de bewijslast van de stelling dat [geopposeerde] zonder recht of titel in de woning verblijft, op [opposant] rusten. [opposant] beroept zich immers op de rechtsgevolgen van dat feit, terwijl [geopposeerde] dat feit gemotiveerd heeft betwist. Het enkele feit dat de huurovereenkomst oorspronkelijk door de ouders van [geopposeerde] is aangegaan, is niet voldoende voor de conclusie, ook niet bij wijze van vermoeden, dat [geopposeerde] thans zonder recht of titel in de woning verblijft, aangezien dat feit niet uitsluit dat [geopposeerde] op enig moment met [voormalige eigenaresse] is overeengekomen dat hij (mede)huurder van de woning zou zijn. Ook het feit dat een inwonend kind in beginsel niet als medehuurder wordt aangemerkt, laat onverlet dat later anders kan zijn overeengekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41f940da0da882ac952fd942e0c57be6986dd9bf8b65266a5d6777fa59cd609b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41f940da0da882ac952fd942e0c57be6986dd9bf8b65266a5d6777fa59cd609b, en de alinea staat in dat document op bytes 15488 tot 16365.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41f940da0da882ac952fd942e0c57be6986dd9bf8b65266a5d6777fa59cd609b | shasum -a 256