Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016
Onder 1.10. Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2417.
11. Het feit dat [opposant] zich bij brief van 21 januari 2004 heeft verzet tegen (mede)huurderschap van [geopposeerde] is ook onvoldoende voor de conclusie dat [geopposeerde] zonder recht of titel in de woning verblijft, omdat dit (mede)huurderschap daarvóór reeds ontstaan kan zijn. Daarbij komt dat [geopposeerde], zo volgt uit dezelfde brief, meteen bezwaar heeft gemaakt tegen het standpunt van [opposant]. De in verzet door [opposant] overgelegde schriftelijke verklaring van Van Heijnsbergen sluit bij de inhoud van deze brief aan en leidt dus niet tot een andere conclusie. Datzelfde geldt voor de in hoger beroep door [opposant] overgelegde schriftelijke verklaring van J. Ford, die immers inhoudt dat [geopposeerde] zich heeft verzet tegen het standpunt van [opposant] dat uitsluitend de ouders van [geopposeerde] huurder waren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41f940da0da882ac952fd942e0c57be6986dd9bf8b65266a5d6777fa59cd609b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41f940da0da882ac952fd942e0c57be6986dd9bf8b65266a5d6777fa59cd609b, en de alinea staat in dat document op bytes 18354 tot 19207.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41f940da0da882ac952fd942e0c57be6986dd9bf8b65266a5d6777fa59cd609b | shasum -a 256