Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016

Alinea 29 Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2419.

3. In het tussenvonnis van 27 juni 2012 (hierna: het tussenvonnis) heeft de rechtbank (toen nog: Dordrecht) de op opzegging, tekortkoming en opschorting gebaseerde verweren van [appellant] verworpen en naar aanleiding van diens verweer, dat niet hij maar (de rechtsvoorganger van) KLD B.V. de opdrachtgever van [geïntimeerde] was (en daarmee ook de partij die aan [geïntimeerde] moest betalen), aan [geïntimeerde] opgedragen te bewijzen dat [appellant] in persoon als opdrachtgever is aan te merken. Na overlegging van bewijsstukken over en weer en het horen van twee door [geïntimeerde] voorgebrachte getuigen heeft de rechtbank in het eindvonnis [geïntimeerde] geslaagd geoordeeld in zijn bewijs, de vorderingen van [geïntimeerde] in conventie grotendeels toegewezen en de vordering van [appellant] in reconventie afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54572e164080a0c5d0f7c7bde8d4c91ea71d6abc8c4a3db420a40571614b28ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54572e164080a0c5d0f7c7bde8d4c91ea71d6abc8c4a3db420a40571614b28ab, en de alinea staat in dat document op bytes 8452 tot 9298.