Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016
Alinea 32 Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2419.
6. Voor de beoordeling van het hoger beroep acht het hof allereerst het volgende van belang. Bij zijn productie 6 in de eerste aanleg heeft [geïntimeerde] een aan ‘ Ketenzorg De Linge ’ gerichte factuur van 4 maart 2010 (hierna; de ‘Maart 2010’-factuur) overgelegd waarin ‘ werkzaamheden administratie februari ’ in rekening zijn gebracht. Dat [geïntimeerde] deze werkzaamheden heeft verricht, is door [appellant] erkend in punt 14 MvG. Er moet vanuit worden gegaan dat – zoals [geïntimeerde] heeft gesteld bij comparitie in de eerste aanleg en onbestreden is vastgesteld in rov. 4.3 van het tussenvonnis – de desbetreffende opdracht aan [geïntimeerde] is gegeven door [mede-bestuurder], en wel in januari 2010 toen [mede-bestuurder] bestuurder van een van de stichtingen is geworden en KDL BV nog niet bestond. Zoals [geïntimeerde] heeft benadrukt in punt 18 MvA kan een natuurlijke persoon opdracht geven om activiteiten voor een rechtspersoon te verrichten als hij vertegenwoordigingsbevoegd is. Zeker nu de ‘Maart 2010’-factuur was gericht aan ‘ Ketenzorg De Linge ’, moet worden aangenomen dat [mede-bestuurder] namens een van de in rov. 1.a genoemde stichtingen die opdracht had gegeven. Omdat de facturen van [geïntimeerde] over de maanden maart 2010 t/m mei 2011 door [geïntimeerde] eveneens aan ‘ Ketenzorg De Linge ’ zijn gericht en deze steeds zijn betaald door de toen inmiddels opgerichte vennootschap KDL BV, waarvan [mede-bestuurder] tot 16 juli 2011 enig bestuurder was, moet worden verder worden aangenomen dat, met (stilzwijgende) instemming van [geïntimeerde], de opdracht op KDL B.V. is overgegaan, als onderdeel van de overgang (in de vorm van een activa-/passivatransactie) van de onderneming van die stichting naar KDL B.V., zoals [appellant] heeft gesteld (punten 14 en 15 MvG en zijn verklaring ter comparitie in de eerste aanleg). Het komt er dus op neer dat de in rov. 1.c bedoelde overeenkomst van opdracht tot het verrichten van de werkzaamheden voor het afgesproken bedrag van € 4000,- excl. BTW per maand aanvankelijk met een van de stichtingen (hierna: de Opdracht-Stichting, kortweg: O-Stichting) is gesloten en daarna is overgegaan op KDL B.V.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54572e164080a0c5d0f7c7bde8d4c91ea71d6abc8c4a3db420a40571614b28ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54572e164080a0c5d0f7c7bde8d4c91ea71d6abc8c4a3db420a40571614b28ab, en de alinea staat in dat document op bytes 10013 tot 12375.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/54572e164080a0c5d0f7c7bde8d4c91ea71d6abc8c4a3db420a40571614b28ab | shasum -a 256