Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016

Alinea 39 Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2419.

10. Hoewel [geïntimeerde] in punt 1 ID (nog) tot uitgangspunt nam dat de werkzaamheden waarvoor hij betaling verlangde, waren verricht voor de onderneming (dus KDL B.V.), heeft hij daarbij zijn vordering ingesteld tegen de natuurlijke persoon [appellant]. Al in de eerste aanleg – zie blz. 1 van de brief van 27 maart 2012 aan de rechtbank met de producties 5 t/m 25 – heeft [geïntimeerde] zich er op beroepen dat de ‘Maart 2010’-factuur en zijn factuur van 30 juni 2011 voor ‘ werkzaamheden maand juni 2011 ’ (hierna: de ‘Juni 2011’-factuur), hoewel zij beide waren gericht aan ‘ Ketenzorg De Linge ’, door [appellant] van diens privérekening zijn betaald (zie ook de punten 21 en 37 MvA), en niet van de rekening van een van de rechtspersonen. Ter comparitie in de eerste aanleg heeft [geïntimeerde] het volgende opgemerkt (onderstreping hof):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54572e164080a0c5d0f7c7bde8d4c91ea71d6abc8c4a3db420a40571614b28ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54572e164080a0c5d0f7c7bde8d4c91ea71d6abc8c4a3db420a40571614b28ab, en de alinea staat in dat document op bytes 15200 tot 16149.