Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016

Alinea 41 Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2419.

Gelet op dit een en ander ligt in de stellingname van [geïntimeerde] tevens – naast/subsidiair aan zijn in rov. 7 weergegeven betoog – besloten dat er tussen hem en [appellant] een overeenkomst tot stand was gekomen met de inhoud dat [appellant] in privé hoofdelijk, naast de desbetreffende rechtspersoon, jegens [geïntimeerde] aansprakelijk was voor betaling van de vergoeding voor de door [geïntimeerde] voor die rechtspersoon verrichte werkzaamheden. Dat [geïntimeerde] zich tevens beroept op hoofdelijke aansprakelijkheid was kenbaar aan [appellant], en is bovendien door hem onderkend, getuige zijn verwijzing naar ‘anderszins aansprakelijk’ in punt 6 van de conclusie van antwoord en zijn betwisting van ‘bijzondere/andere afspraken’ in de punten 13 en 16 MvG. Dat [appellant] zich heeft gerealiseerd dat [geïntimeerde] hem naast de rechtsperso(o)n(en) in kwestie in persoon aansprakelijk achtte, blijkt voorts uit het feit dat hij uitdrukkelijk heeft betwist dat sprake was van de aan hoofdelijke aansprakelijkheid verwante figuur van borgstelling (punt 16 MvG, zie voor de verwantschap artikel 7:850 lid 3 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54572e164080a0c5d0f7c7bde8d4c91ea71d6abc8c4a3db420a40571614b28ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54572e164080a0c5d0f7c7bde8d4c91ea71d6abc8c4a3db420a40571614b28ab, en de alinea staat in dat document op bytes 16601 tot 17754.