Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016
Alinea 42 Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2419.
11. Het hof zal nu onderzoeken of [geïntimeerde] zich met succes op hoofdelijke mede-aansprakelijkheid van [appellant] kan beroepen, onder vooropstelling van het navolgende. Het gaat hierbij om de vraag of – naast de in rov. 6 genoemde overeenkomst van opdracht tussen [geïntimeerde] en de daar genoemde rechtsperso(o)n(en) – een tot hoofdelijke aansprakelijkheid van [appellant] strekkende overeenkomst is tot stand gekomen tussen [geïntimeerde] en [appellant]. Naar uit onder meer rov. 3.6.3 van HR 02-09-2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ3876 blijkt, kan de totstandkoming van een overeenkomst mede worden afgeleid uit een tussen partijen op enig moment bestaande feitelijke situatie, waarbij dan moet worden nagegaan wat partijen over en weer uit de verschillende verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en redelijkerwijs hebben mogen afleiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54572e164080a0c5d0f7c7bde8d4c91ea71d6abc8c4a3db420a40571614b28ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54572e164080a0c5d0f7c7bde8d4c91ea71d6abc8c4a3db420a40571614b28ab, en de alinea staat in dat document op bytes 17792 tot 18656.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/54572e164080a0c5d0f7c7bde8d4c91ea71d6abc8c4a3db420a40571614b28ab | shasum -a 256