Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016
Alinea 47 Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2419.
16. In de in de rovv. 14 en 15 vermelde gedragingen van [appellant] kon [geïntimeerde] – die als administrateur verondersteld moet worden daarmee bekend te zijn – geen enkele aanwijzing zien dat zijn in rov. 13 vermelde gedachte onjuist zou kunnen zijn. Die gedragingen onderstrepen integendeel dat het niet vreemd was dat [appellant] zich verplicht achtte om in privé een schuld van een van zijn rechtspersonen te voldoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54572e164080a0c5d0f7c7bde8d4c91ea71d6abc8c4a3db420a40571614b28ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54572e164080a0c5d0f7c7bde8d4c91ea71d6abc8c4a3db420a40571614b28ab, en de alinea staat in dat document op bytes 21458 tot 21902.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/54572e164080a0c5d0f7c7bde8d4c91ea71d6abc8c4a3db420a40571614b28ab | shasum -a 256