Citaat | Gerechtshof Den Haag 23 augustus 2016

Alinea 98 Gerechtshof Den Haag 23 augustus 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 23 augustus 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2441.

27. Ten aanzien van de hoogte van de aan [appellant] toe te kennen billijke vergoeding in verband met het ernstig verwijtbaar handelen van Securelink, oordeelt het hof als volgt. Bij het bepalen van de hoogte van een billijke vergoeding moeten alle omstandigheden van het geval meewegen. Uit de parlementaire geschiedenis van de Wwz blijkt dat met de billijke vergoeding de werknemer voor het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever dient te worden gecompenseerd, ook om dergelijk handelen of nalaten van de werkgever te voorkomen. De mate van verwijtbaarheid van het handelen of nalaten van de werkgever speelt bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding derhalve een belangrijke rol. In het onderhavige geval acht het hof de volgende feiten en omstandigheden van belang. [appellant] is voor onbepaalde tijd in dienst genomen bij Securelink en slechts drie maanden na zijn indiensttreding als Manager Professional Services, bij brief van 28 augustus 2015, door Securelink op non-actief gesteld, waarbij Securelink tevens aankondigde dat zij de arbeidsrelatie met [appellant] wilde beëindigen. [appellant] heeft onweersproken gesteld dat zijn dienstverband is gestart in de vakantie-periode van de zomer van 2015, dat deze periode is onderbroken door drie weken vakantie van hemzelf zodat hij de facto niet eens drie maanden in zijn nieuwe functie werkzaam is geweest en [naamCEO] aansluitend aan Janszens vakantie drie weken met vakantie is geweest. Zoals het hof hiervoor al heeft overwogen, kwam de non-actiefstelling en de mededeling dat Securelink het dienstverband wenste te beëindigen voor [appellant] onverwacht. Securelink heeft aan [appellant] geen eerlijke kans geboden om zijn functie conform de wensen en eisen van Securelink uit te voeren c.q. zich te bewijzen. Door de plotselinge schorsing van [appellant] en het doelbewust aansturen op het einde van diens dienstverband, is de – leidinggevende – positie van [appellant] binnen Securelink ernstig beschadigd. Aan het ontstaan van die situatie heeft [appellant] niet wezenlijk bijgedragen. Wel acht het hof bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding van belang dat [appellant] ook heeft bijgedragen aan de verdere verstoring van de arbeidsrelatie door – na advies te hebben ingewonnen bij een advocaat – een vaststellingsovereenkomst te ondertekenen waarin hij instemde met zijn ontslag en vervolgens met gebruikmaking van de bedenktermijn een fors hogere beëindigings-vergoeding te verlangen. Verder is relevant dat [appellant] bij Securelink een salaris van € 7.500,00 bruto per maand verdiende en gelet op zijn korte dienstverband geen recht heeft op een transitievergoeding. Aan de andere kant moet in aanmerking worden genomen dat [appellant] slechts kort bij Securelink in dienst was, sinds eind augustus 2015 geen arbeid meer voor Securelink heeft verricht terwijl de arbeidsovereenkomst tot 1 februari 2016 heeft voortgeduurd en het loon gedurende deze periode aan [appellant] is doorbetaald en dat hij aansluitend recht heeft gekregen op een WW-uitkering. Het hof ziet geen aanleiding om rekening te houden met de stelling van [appellant] dat hij, indien hij nog een maand langer bij zijn vorige werkgever (KPN) in dienst zou zijn gebleven, gebruik zou hebben kunnen maken van een plaatsmakers-regeling, uit hoofde waarvan hij recht zou krijgen op een beëindigingsvergoeding van € 40.000,- tot € 50.000,-. Nog los van dat [appellant] deze stelling op geen enkele manier heeft onderbouwd, is het de eigen keuze van [appellant] geweest om zijn dienstverband met KPN onder deze omstandigheden per [datum] 2015 op te zeggen, zodat de gevolgen daarvan niet in de billijke vergoeding kunnen worden verdisconteerd. Dit alles in aanmerking nemende en mede gelet op de eerdergenoemde passage in de wetsgeschiedenis, waarin is opgemerkt dat bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, de werknemer hiervoor moet worden gecompenseerd, ook om dergelijk handelen of nalaten van de werkgever te voorkomen, acht het hof een billijke vergoeding van € 30.000,- bruto in de gegeven omstandigheden passend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac95405260373b874ff8546937e49d8af85a0eed85b241c83aba9dc4266ae95d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac95405260373b874ff8546937e49d8af85a0eed85b241c83aba9dc4266ae95d, en de alinea staat in dat document op bytes 40489 tot 44673.