Citaat | Gerechtshof Den Haag 6 september 2016

Alinea 36 Gerechtshof Den Haag 6 september 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 6 september 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2455.

9. RBS heeft gevorderd dat [S] wordt veroordeeld tot betaling van haar werkelijke proceskosten, daartoe aanvoerend dat [S] misbruik van recht heeft gemaakt dan wel onrechtmatig heeft gehandeld door de onderhavige herroepingsprocedure te entameren. Deze vordering zal worden afgewezen. Naar het oordeel van het hof kan niet worden gezegd dat [S] had moeten begrijpen dat het instellen van de onderhavige vordering op voorhand dermate evident kansloos was dat hij zich daarvan had moeten onthouden, noch dat de vordering is ingesteld met geen ander doel dan om RBS te schaden, noch dat sprake is van een zodanige onevenredigheid tussen het belang van [S] om de onderhavige vordering aan de rechter voor te leggen en dat van RBS om daarvan gevrijwaard te blijven, dat dit misbruik van recht oplevert. Ook anderszins heeft RBS onvoldoende gesteld om tot onrechtmatig handelen van [S] te kunnen concluderen. [S] zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten van RBS zoals begroot op grond van het liquidatietarief. Daarbij zal het hof uitgaan van tarief II (vordering van onbepaalde waarde) voor de eerste aanleg, omdat de herroepingsprocedure wordt gevoerd als een procedure in eerste aanleg, waarbij voor de gelijktijdig met de parallelle zaak met nummer 200.106.378/02 gehouden meervoudige comparitie van partijen een halve punt zal worden berekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc0bc692ec80a4449671137a2dadde31213caef779051db7080f2ac16c36d879. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc0bc692ec80a4449671137a2dadde31213caef779051db7080f2ac16c36d879, en de alinea staat in dat document op bytes 12423 tot 13786.