Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016

Onder 7.1 Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:264.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord wanneer de bevoegdheid tot vernietiging verjaart. Naar het oordeel van het hof is op dit geval de verjaringsregel van art. 3:52 lid 1 onder d BW van toepassing. Daar – zoals hiervoor is overwogen – juridisch sprake is van een handeling van [appellante] zelf, is er naar het oordeel van het hof ook slechts sprake van één verjaringstermijn. Het standpunt van Dexia dat sprake is van een afzonderlijke termijn voor de minderjarige enerzijds en zijn wettelijk vertegenwoordiger(s) anderzijds (MvA, sub 15) wordt verworpen. Voor zover in het betoog van Dexia ligt besloten dat de verjaring van de onderhavige rechtsvordering tot vernietiging onder het bereik van art. 3:52 lid 1 onder a BW valt, wordt dat standpunt eveneens verworpen. Het betreft geen rechtsvordering tot vernietiging op grond van onbekwaamheid. Een rechtshandeling die namens de minderjarige is verricht door haar wettelijk vertegenwoordiger lijdt immers niet aan het gebrek dat zij door een handelingsonbekwame is verricht. Het gaat hier om de vernietigingsgrond die voortvloeit uit het ontbreken van machtiging, dat wil zeggen ‘een andere vernietigingsgrond’ in de zin van art. 3:52 lid 1 onder d BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7b4d8e075ebe330eff9de06b7bdd4eb22a166907e5080cdc04124929a0568e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7b4d8e075ebe330eff9de06b7bdd4eb22a166907e5080cdc04124929a0568e4, en de alinea staat in dat document op bytes 13521 tot 14759.