Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016
Onder 8.2 Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:264.
Naar het oordeel van het hof roept de moeder van [appellante] in haar hiervoor onder 2.2 geciteerde brief voldoende duidelijk als wettelijk vertegenwoordiger van [appellante] de vernietiging in van de door haar echtgenoot als wettelijk vertegenwoordiger namens [appellante] gesloten overeenkomst. In de aanhef staat dat de brief ‘het contract ten name van [appellante] ’ betreft en in de brief zelf wordt aangegeven dat het gaat om ‘de rechtshandeling met mijn minderjarig kind’ en wordt verwezen naar art. 1:347 BW dat een zonder machtiging verrichte rechtshandeling met vernietigbaarheid bedreigt. Gezien al deze aanwijzingen moest het Dexia duidelijk zijn dat de moeder van [appellante] beoogde als wettelijk vertegenwoordiger van [appellante] de Overeenkomst te vernietigen. Het feit dat zij het woord ‘ik’ gebruikte, is in dit licht onvoldoende om te concluderen dat Dexia niet behoefde te begrijpen dat de moeder van [appellante] als wettelijk vertegenwoordiger van [appellante] de vernietiging inriep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7b4d8e075ebe330eff9de06b7bdd4eb22a166907e5080cdc04124929a0568e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7b4d8e075ebe330eff9de06b7bdd4eb22a166907e5080cdc04124929a0568e4, en de alinea staat in dat document op bytes 20778 tot 21812.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7b4d8e075ebe330eff9de06b7bdd4eb22a166907e5080cdc04124929a0568e4 | shasum -a 256