Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 september 2016

Alinea 528 Gerechtshof Den Haag 15 september 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 september 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2681.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het gebruik van aan andere bewezen geachte, soortgelijke, feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen als steunbewijs (in de vorm van zogenaamd schakelbewijs) onder omstandigheden is toegelaten, waarbij opmerking verdient dat de andere feiten waarop de geschakelde bewijsmiddelen betrekking hebben ook wettig en overtuigend bewezen dienen te worden. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal ten aanzien van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit en dat duidt op een herkenbaar en gelijksoortig patroon in de handelingen van de verdachte (zie voor dit laatste HR 14 maart 2006, NJ 2007, 245). Uit dit arrest volgt tevens dat de (gelijksoortige) context waarbinnen de feiten zich hebben afgespeeld betrokken mag worden bij de vraag of sprake is van een overeenkomstige modus operandi. Meer recent heeft de Hoge Raad bovendien nog geoordeeld dat bij de bewijsvoering onder omstandigheden al van schakelbewijs gebruik kan worden gemaakt indien de aan dat bewijs ontleende modus operandi steunt op de aan één enkel ander bewezenverklaard feit ten grondslag liggende bewijsmiddelen (zie HR 6 september 2016 ECLI:NL:HR:2016:2024).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efd2c7e19fe2e80f189bc4038348d7e8e6f507dd4d636315178eb9b1836fd265. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efd2c7e19fe2e80f189bc4038348d7e8e6f507dd4d636315178eb9b1836fd265, en de alinea staat in dat document op bytes 146948 tot 148247.