Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 september 2016
Alinea 537 Gerechtshof Den Haag 15 september 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 september 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2681.
Het hof overweegt dat de aangeefsters (in ieder geval in het begin van de ten laste gelegde periode) een uiterst substantieel bedrag van het door hen in de prostitutie verdiende geld afdroegen aan de verdachte en zijn vrouw – te weten al het verdiende geld, minus de daarmee gepaard gaande kosten en later ook minus de boodschappen en de kleding, hetgeen door de verdachte niet is weersproken. Het hof is gelet daarop van oordeel dat er bij de verdachte sprake was van (het oogmerk van) uitbuiting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efd2c7e19fe2e80f189bc4038348d7e8e6f507dd4d636315178eb9b1836fd265. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efd2c7e19fe2e80f189bc4038348d7e8e6f507dd4d636315178eb9b1836fd265, en de alinea staat in dat document op bytes 151842 tot 152368.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efd2c7e19fe2e80f189bc4038348d7e8e6f507dd4d636315178eb9b1836fd265 | shasum -a 256