Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 september 2016

Alinea 590 Gerechtshof Den Haag 15 september 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 september 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2681.

Het hof acht evenwel in de lijn van de staande jurisprudentie in mensenhandelzaken aannemelijk dat de aangeefsters per dag dat zij in de prostitutie werkten ieder € 100,- per gewerkte dag hebben afgedragen aan de verdachte en zijn mededader. De bewezen verklaarde periode betreft ten aanzien van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] respectievelijk 38 maanden, 69 maanden en 106 maanden. Het hof gaat er hierbij – in het voordeel van de verdachte - van uit dat de aangeefsters vijf dagen per week werkten, dat een maand vier weken omvat en dat de aangeefsters gemiddeld zes weken per jaar niet hebben gewerkt in de prostitutie. Het hof is gelet daarop van oordeel dat er bij de berekening van de materiële schade € 3.000,- per jaar in mindering dient te worden gebracht, hetgeen neerkomt op (€ 3.000,- / 12 maanden) € 250,- per maand.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efd2c7e19fe2e80f189bc4038348d7e8e6f507dd4d636315178eb9b1836fd265. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efd2c7e19fe2e80f189bc4038348d7e8e6f507dd4d636315178eb9b1836fd265, en de alinea staat in dat document op bytes 172537 tot 173410.