Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 februari 2016

Onder 10.5 Gerechtshof Den Haag 9 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 februari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:280.

22. De grieven van Enel c.s. zijn gericht tegen de twee hierboven onder 6 weergeven condities (i) en (ii) waaraan de door Enel c.s. te stellen bankgarantie zou moeten voldoen. De eerste conditie (i) betreft de inroepbaarheid van de bankgarantie op basis van een uitvoerbaar verklaard vonnis. Enel c.s. maakt daartegen terecht bezwaar. Los nog van hetgeen in dit verband onder 10.3 is overwogen, biedt een bankgarantie volgens het NVB-model, ook al kan die pas worden ingeroepen ingeval van een toewijzende uitspraak die in kracht van gewijsde is gegaan (onherroepelijk is geworden), voldoende zekerheid in de zin van art. 705 lid 2 Rv (bezien in samenhang met art. 6:51 lid 2 BW). Dat het hier gaat om een beslagvervangende zekerheid voor een vordering uit hoofde van een reeds in kracht van gewijsde gegaan buitenlands vonnis, leidt niet tot een ander oordeel. Ook de overige door AlbaniaBEG in dit verband aangevoerde argumenten - onder meer: dat zij al zo lang doende is om haar in het Albanese vonnis toegewezen vordering voldaan te krijgen, terwijl rechterlijke beslissingen binnen redelijke termijn ten uitvoer moeten kunnen worden gelegd; dat er een schending van haar eigendomsrecht optreedt; dat er helemaal geen restitutierisico bestaat omdat er een veroordelend Albanees vonnis ligt en dat bovendien de bodemrechter het restitutierisico kan meenemen bij zijn beoordeling van de uitvoerbaarheid - zijn ofwel onjuist (vgl. de ontkenning van het restitutierisico), ofwel van onvoldoende gewicht. Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor de naar verwachting langere duur van de procedure ex art. 431 lid 2 Rv. Die omstandigheid hangt (deels) samen met het feit dat het Albanese vonnis veel vragen oproept, althans onbeantwoord laat, welk feit niet voor rekening van Enel c.s. komt. De hier bedoelde argumenten van AlbaniaBEG gaan alle voorbij aan het belang dat Enel c.s. heeft bij handhaving van de status quo zolang er in de procedure ex art. 431 lid 2 Rv niet bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak is beslist. Nu AlbaniaBEG met een bankgarantie over toereikende verhaalszekerheid beschikt, weegt dit belang van Enel c.s. zwaarder dan dat van AlbaniaBEG bij een mogelijkheid van tussentijdse uitwinning van de bankgarantie. Dit wordt niet anders doordat AlbaniaBEG, om die zekerheid te behouden, tegenzekerheid zal moeten verstrekken. Overigens behoudt AlbaniaBEG de mogelijkheid van tussentijdse tenuitvoerlegging in geval van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis in de bodemprocedure.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb150eb66ac4b67795cc5d4645a5a23cbb0d85c5a80ee857534b5a262a72ae44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb150eb66ac4b67795cc5d4645a5a23cbb0d85c5a80ee857534b5a262a72ae44, en de alinea staat in dat document op bytes 57326 tot 59845.