Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 februari 2016

Onder 10.5 Gerechtshof Den Haag 9 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 februari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:280.

24. De grieven in het incidenteel appel geven aanleiding tot de volgende overwegingen. Aan de eerste incidentele grief wordt in zoverre tegemoetgekomen dat er in appel geen gebod tot het stellen/accepteren van een bankgarantie wordt uitgesproken, maar een opheffing van de beslagen onder de opschortende voorwaarde van het stellen van een bankgarantie, overigens zonder de door AlbaniaBEG gevorderde aanvullingen daar op. Wat de tweede incidentele grief betreft blijkt uit de toelichting erop niet dat deze ook geldt voor het geval de te stellen bankgarantie er één is volgens het NVB-model zonder afwijkingen daarvan/aanvullingen daarop. Ook anderszins is niet gebleken dat die standaardtekst tot problemen zal leiden. Incidentele grief 3 neemt als uitgangspunt dat er een bankgarantie moet worden gesteld met de in het kortgedingvonnis van 18 september 2014 bedoelde aanvullingen daarop. Dat uitgangspunt is onjuist en dus faalt de grief. Met haar incidentele grief 4 betoogt AlbaniaBEG dat, indien de als sanctie toegepaste herbegroting van haar vordering geen stand houdt, ook het gebod tot aanvaarding van een bankgarantie voor het verminderde bedrag (€ 25.188.500) dient te sneuvelen. Dat is op zichzelf genomen juist, doch leidt niet tot een algehele afwijzing van de vordering van Enel c.s., maar tot een wijziging van de voorlopige voorziening (zie nader onder het kopje samenvatting). Voor het opnemen van een extra bepaling in de bankgarantie als door AlbaniaBEG met grief 5 bepleit bestaat geen aanleiding; haar belang bij het kunnen trekken onder de bankgarantie op grond van door haar niet nader gespecificeerde buitenlandse titels heeft AlbaniaBEG onvoldoende toegelicht, althans weegt dat belang niet op tegen dat van Enel c.s. bij handhaving van de standaardtekst. Met haar incidentele grief 6 wil AlbaniaBEG bereiken dat de door Enel c.s. te stellen bankgarantie wordt verstrekt door een te goeder naam en faam bekend staande Nederlandse bank die onder toezicht van De Nederlandse Bank N.V. staat. Enel c.s. heeft hier onder meer tegenin gebracht dat AlbaniaBEG niet heeft onderbouwd waarom een bankgarantie (volgens het NVB-model) van de onder toezicht van de ECB staande Italiaanse bank Intesa Sanpaolo S.p.A., met een filiaal in Amsterdam, onvoldoende zou zijn. Daarbij wijst zij er op dat AlbaniaBEG ook zelf bij de Intesa Sanpaolo-bank bankiert. AlbaniaBEG is hier nadien niet meer gemotiveerd op ingegaan. Voor zover haar standpunt is dat de Intesa Sanpaolo-bank niet weet hoe een NVB-bankgarantie werkt, is de juistheid daarvan, bij gebreke van een behoorlijke toelichting, niet aannemelijk geworden. Daarom zal worden bepaald dat de bankgarantie dient te worden verstrekt door de Italiaanse bank Intesa Sanpaolo S.p.A. of door één van de vier grootste Nederlandse banken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb150eb66ac4b67795cc5d4645a5a23cbb0d85c5a80ee857534b5a262a72ae44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb150eb66ac4b67795cc5d4645a5a23cbb0d85c5a80ee857534b5a262a72ae44, en de alinea staat in dat document op bytes 60804 tot 63621.