Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 februari 2016

Onder 10.3 Gerechtshof Den Haag 9 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 februari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:280.

conservatoire beslagen niet uit hoofde van de daarin bedoelde ‘verklaring uitvoerbaarheid’, maar na verleend verlof ex art. 700 Rv e.v. gelegd - tot welke verlofverlening de Nederlandse rechter internationaal bevoegd was (art. 31 Brussel I-Verordening) -, dat neemt niet weg dat ook in het kader van een procedure ex art. 431 lid 2 Rv een evenwicht als hiervoor bedoeld nastrevenswaardig kan zijn en dat om die reden aansluiting zou kunnen worden gezocht bij de regeling uit bedoelde verordening, in die zin dat (i) hangende die procedure in beginsel geen opheffing van de getroffen bewarende maatregelen plaatsvindt (om te voorkomen dat de partij tegen wie die procedure loopt in de tussentijd over zijn goederen beschikt, waardoor de beoogde tenuitvoerlegging illusoir zou worden) en dat (ii) anderzijds niet tot liquidatie van de goederen van de schuldenaar wordt overgegaan zolang nog niet onherroepelijk op de vordering ex art. 431 lid 2 Rv is beslist. Bij dat laatste uitgangspunt (ii) past niet of minder goed dat, zoals in het kortgedingvonnis van 18 september 2014 is bepaald, een gestelde bankgarantie, in afwijking van het standaardmodel van de NVB-bankgarantie, reeds mag worden ingeroepen op basis van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb150eb66ac4b67795cc5d4645a5a23cbb0d85c5a80ee857534b5a262a72ae44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb150eb66ac4b67795cc5d4645a5a23cbb0d85c5a80ee857534b5a262a72ae44, en de alinea staat in dat document op bytes 37416 tot 38695.