Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 februari 2016

Onder 10.5 Gerechtshof Den Haag 9 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 februari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:280.

Aan de eisen van een behoorlijke rechtspleging is niet voldaan indien geen sprake is geweest van een eerlijke behandeling en beslissing van de zaak door onpartijdige en onafhankelijke rechters. Daar kunnen aanwijzingen voor bestaan indien bijvoorbeeld de Albanese uitspraak blijk geeft van een flagrante schending van het Albanese recht, of van een reeks van evident onjuiste rechtsopvattingen of rechtstoepassingen, doordat objectief vaststaande feiten en essentiële stellingen onmiskenbaar zijn genegeerd of stuitend onjuist gewaardeerd, telkens ten nadele van Enel c.s., met als (beoogd) eindresultaat een niet te plaatsen exorbitante verrijking, ten nadele van Enel c.s., van in wezen (de dubbelganger van) EnelPower’s wederpartij bij de samenwerkingsovereenkomst, terwijl die overeenkomst nu juist voorzag in een vrijheid om zonder schadeplichtigheid de samenwerking te beëindigen. In dat geval kan ook (overigens) sprake zijn van strijd met de openbare orde in materiële zin. Of zich in het onderhavige geval aanwijzingen als hiervoor bedoeld voordoen en of de aard, ernst en het aantal van de onjuistheden en de overige omstandigheden zodanig zijn dat het Albanese vonnis niet voor erkenning in aanmerking komt zal aan de hand van het nadere partijdebat in de bodemprocedure moeten worden beoordeeld. Enel c.s., op wie in beginsel de bewijslast rust ten aanzien van de door haar ingeroepen weigerings-/ afwijzingsgronden, heeft in de onderhavige kort gedingen een aantal haars inziens aperte rechtsschendingen/onjuistheden genoemd met betrekking tot het Albanese vonnis, met daarbij de aankondiging daar in de bodemprocedure nog uitgebreid op in te zullen gaan. Overigens lijkt het in de eerste plaats zaak dat de juiste interpretatie en toepassing van het (dictum van het) Albanese vonnis worden vastgesteld (meer in het bijzonder van de daarin opgenomen formule), nu partijen ook daarover van mening verschillen. Ook op dat punt is nader onderzoek op zijn plaats, waarvoor de onderhavige procedures geen ruimte bieden. Dat geldt ook voor de vraag of aan Enel c.s. met recht kan worden tegengeworpen dat zij zich niet tot het Constitutionele Hof van Albanië heeft gewend. Voor nu moet de conclusie zijn (i) dat niet boven redelijke twijfel verheven is dat AlbaniaBEG’s vordering in de bodemprocedure zal worden toegewezen en (ii) dat mede daarom voldoende aanleiding bestaat om aan het tegen afgifte van een bankgarantie opheffen van de beslagen als voorwaarde het stellen van een contra-bankgarantie te verbinden. Art. 701 Rv biedt daarvoor voldoende basis. Bij de bespreking van de grieven komt dit punt nog terug. Dan zal ook nader worden ingegaan op de omvang van de contragarantie en de condities ervan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb150eb66ac4b67795cc5d4645a5a23cbb0d85c5a80ee857534b5a262a72ae44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb150eb66ac4b67795cc5d4645a5a23cbb0d85c5a80ee857534b5a262a72ae44, en de alinea staat in dat document op bytes 40956 tot 43703.