Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 september 2016

Onder 6.3. Gerechtshof Den Haag 21 september 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 september 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2800.

Het Hof verwerpt het standpunt van belanghebbenden. Zij hebben niet aannemelijk gemaakt dat de woning en het perceel naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen. Er zijn geen (uiterlijke) kenmerken die erop duiden dat de woning en het perceel één geheel vormen. Zo is er geen directe verbinding of relatie tussen beide objecten anders dan het gemeenschappelijke eigendom en gebruik: de woning ligt in de kern van het dorp [Z] en het perceel in het buitengebied, de objecten liggen op een afstand van een paar honderd meter van elkaar met vele tussenliggende gebouwde en ongebouwde objecten en zijstraten en de objecten kunnen afzonderlijk van elkaar verkocht worden. De Rechtbank heeft derhalve terecht geoordeeld dat de woning en het perceel geen samenstel in de zin van artikel 16, aanhef en onderdeel d, van de Wet WOZ vormen. De omstandigheid dat de woning en het perceel bij dezelfde belastingplichtigen in gebruik zijn, doet aan dit oordeel niet af. De in artikel 16, aanhef en onderdeel d, van de Wet WOZ gestelde vereisten zijn cumulatief.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/735435496b350b0e31de00fbaf8b2d3781a739c918f818a80cd8eabd801ea4d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 735435496b350b0e31de00fbaf8b2d3781a739c918f818a80cd8eabd801ea4d2, en de alinea staat in dat document op bytes 26912 tot 27981.