Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016
Onder 1.5 Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2984.
De rechtbank heeft de vorderingen van de piloten afgewezen. Volgens de rechtbank levert het nalaten prejudiciële vragen te stellen niet een voldoende gekwalificeerde schending van het Unierecht op. Ook deelt de rechtbank niet de opvatting van de piloten dat, indien de Hoge Raad prejudiciële vragen zou hebben gesteld, dit tot een uitspraak in het voordeel van de piloten zou hebben geleid. Voor wat de schending van art. 6 EVRM aangaat overweegt de rechtbank dat het nalaten prejudiciële vragen te stellen niet meebrengt dat niet meer kan worden gesproken van een eerlijke en onpartijdige behandeling. De piloten hebben bij de Hoge Raad ook niet verzocht om een concrete prejudiciële vraag te stellen. De stelling dat de Staat art. 54. van de CAO buiten werking had moeten stellen verwerpt de rechtbank eveneens. De Staat dient slechts adequate mogelijkheden voor rechtsbescherming te bieden. Ten slotte verwerpt de rechtbank de stelling van de piloten, dat Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (hierna: de Richtlijn) niet juist is geïmplementeerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ed21b537a3087ac0abca59cda3df21265f7375082390b98306b37ee55d91da8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ed21b537a3087ac0abca59cda3df21265f7375082390b98306b37ee55d91da8, en de alinea staat in dat document op bytes 10399 tot 11566.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ed21b537a3087ac0abca59cda3df21265f7375082390b98306b37ee55d91da8 | shasum -a 256