Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016
Onder 2.2 Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2984.
Evenals de rechtbank leest het hof de stellingen van de piloten zo, dat zij aan hun vorderingen niet ten grondslag leggen dat de Hoge Raad naast art. 267 lid 3 VWEU ook het materiële EU recht verkeerd heeft toegepast. Hun redenering moet kennelijk aldus worden begrepen, dat zij menen dat de Hoge Raad prejudiciële vragen had moeten stellen en dat, indien hij dat had gedaan, uit de antwoorden van het HvJEU naar voren zou zijn gekomen dat de piloten in het gelijk hadden moeten worden gesteld. Kortom, de piloten zijn (impliciet) wel van mening dat de Hoge Raad het materiële recht onjuist heeft toegepast, maar dit is geen zelfstandige grondslag voor hun vorderingen maar een stelling die zij aanvoeren in het kader van het causaal verband.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ed21b537a3087ac0abca59cda3df21265f7375082390b98306b37ee55d91da8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ed21b537a3087ac0abca59cda3df21265f7375082390b98306b37ee55d91da8, en de alinea staat in dat document op bytes 12852 tot 13610.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ed21b537a3087ac0abca59cda3df21265f7375082390b98306b37ee55d91da8 | shasum -a 256