Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016
Onder 3.2 Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2984.
De Staat voert allereerst aan dat de enkele schending van de verplichting van de rechter, tegen wiens uitspraken geen rechtsmiddel openstaat, om prejudiciële vragen te stellen, geen grond voor aansprakelijkheid kan zijn. Het nalaten prejudiciële vragen te stellen kan volgens de Staat alleen een omstandigheid zijn die van belang is bij de vraag of een dergelijke rechterlijke instantie het materiële EU-recht heeft geschonden. Het hof zal deze stelling in het midden laten en er veronderstellenderwijs van uit gaan dat een dergelijk nalaten in beginsel wel een zelfstandige grondslag voor onrechtmatig handelen kan opleveren. Uit hetgeen hierna wordt overwogen blijkt immers dat de Staat bij dit verweer geen belang heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ed21b537a3087ac0abca59cda3df21265f7375082390b98306b37ee55d91da8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ed21b537a3087ac0abca59cda3df21265f7375082390b98306b37ee55d91da8, en de alinea staat in dat document op bytes 15752 tot 16492.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ed21b537a3087ac0abca59cda3df21265f7375082390b98306b37ee55d91da8 | shasum -a 256